Restauratie Eetzaal-schilderij update 28 november

Al tientallen jaren hangt  een groot schilderij van professor Huib Luns in de Eetzaal.
Officieel heet het schilderij “La Pasqua di San Marco” en het is geschilderd in 1935 in de periode dat Huib Luns hoogleraar aan de Technische Hogeschool (nu: TU Delft) was. Het toont een religieus tafereel van het paasfeest van San Marco.

 

Maar de conditie van het schilderij is in de loop van de jaren zeer slecht geworden.

Simone Vermaat, conservator rijkscollectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gaf de volgende informatie: Huib Luns was van katholieke huize en is zijn hele leven de kerk trouw gebleven. Naast uitvoerend kunstenaar was hij in zijn tijd vooral bekend als docent/ hoogleraar/redenaar. Hij hield veel van de (Venetiaanse) schilderkunst uit de Barok. Hij ontpopte zich ook als reisleider en deze reizen legde hij vast in diverse bundels met wandelingen, onder andere door Venetië, Ravenna en Padua. Deze reizen maakte Luns meestal in het voorjaar rond Pasen. Luns was dus bekend met de vele tradities rond de Paasvieringen, in Italië nu eenmaal een veel groter feest dan in Nederland. Zo zal hij ook de ‘andata’ gezien moeten hebben, de traditionele processie op paaszondag waarbij de doge en zijn gevolg vanuit de San Marco Basiliek naar de San Zaccaria liep en daar de Vespers bijwoonden. Ik vermoed dat dit inspiratie is geweest voor dit schilderij. Hoewel hij hoogleraar was in Delft, bleef hij wonen in Amsterdam. Of hij ook een atelier had in Delft is mij niet bekend. Er is wel een ander groot schilderij van hem in Delft gebleven, het Parisoordeel dat in bezit is van de faculteit Bouwkunde. Het is echter veel eerder geschilderd dan de Pasqua. Of er een verband is tussen de aanwezigheid van beide schilderijen in Delft, is wellicht iets om nader te onderzoeken.
Zie hieronder enkele URL’s met meer informatie:
Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1945 · dbnl
De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad (kb.nl)
Het Parisoordeel van Luns (tudelft.nl) 

Hoewel Huib Luns en Virgiel door het katholieke geloof en de Technische Hogeschool verbonden waren, is echter niet bekend wanneer en hoe het schilderij in bezit van Virgiel is gekomen.

In 1961 bestond binnen Virgiel de Orde van Sint Barbara, een clubje Virgilianen van eind jaren ’50. Deze Orde “vond” het schilderij dat inmiddels in een slechte staat verkeerde, terug op de zolder van de sociëteit.
De Orde was ervan overtuigd dat een Virgiliaanse restauratie plaats moet vinden. En zo gebeurde het in 1961 dat het schilderij werd voorzien van de gezichten van de leden van de Orde van Sint Barbara. Ook het embleem met de zinspreuk van de orde  ‘Nemo me Barbara impune lacessit’ (Bij Barbara, niemand tergt mij straffeloos) verscheen op het schilderij.
En dus werden het schilderij en Virgiel op dat moment definitief met elkaar verbonden.

Een op deze manier uitgevoerde restauratie is natuurlijk zacht uitgedrukt hoogst omstreden, te meer daar ook enkele leden van het zittende Bestuur en Beheer werden afgebeeld. De Orde bedacht een plan om commotie bij de onthulling te voorkomen: minister Joseph Luns, zoon van professor Huib Luns werd uitgenodigd voor de officiële handeling.

 

En zo gebeurde het … de verbazing bij alle aanwezigen was er niet minder om. Misschien is dit wel de reden dat er in de annuaria van die tijd vrijwel niets van dit verhaal is te vinden. De enige verwijzing naar de schilderijrestauratie vindt de goede lezer op pagina 149 van het Annuarium 1962: … Doch niet voordat vereeuwigd is op het schutterstuk tot hoog prestige van de zaal, omgeven van een internationale glans en glorie, de eenheid die de kracht is van de orde, die het oude nieuwe luister gaf en een nieuw gezicht. Die grootheid van de Orde heeft ’s lands minister eens onthuld. …
Maar als je de historie van het schilderij niet al kent, blijft deze dus wel voor de onwetende lezer behoorlijk verborgen.

In de jaren ’70 kreeg het schilderij zijn huidige plaats in de Eetzaal. Door de van tijd tot tijd ongunstige sociëteitsomstandigheden is de huidige conditie van het schilderij zeer slecht geworden. De verflaag wordt nu steeds sneller aangetast ten gevolge van verzwakking van het houten frame en het wisselende binnenklimaat.
Een professionele restauratie op korte termijn werd een absolute noodzaak.

In augustus 2021 heeft de Reünistenvereniging opdracht voor de restauratie gegeven aan restaurator Marjan de Visser uit Den Haag. Een restauratie die ongeveer een half jaar zal duren en waarbij het schilderij wordt hersteld naar de toestand van 1961.
Bij de restauratiewerkzaamheden worden ook huidige Virgilianen betrokken. Het is verder de bedoeling dat van de restauratie een documentaire wordt gemaakt. De huidige HistoriCie (de erfgoed-commissie van Virgiel) heeft hierin een coördinerende rol.
De leden van de Orde van Sint Barbara zullen de restaurator natuurlijk adviseren over de details van de orde.

Op het schilderij staan de leden van de Orde van Sint Barbara. Van links naar rechts Frans Smoor (staand, hij is de restaurator uit 1961), Pieter van Wiechen (vooraan, onder in het wit), Leo Prins (zittend met mijter), Ed Driessen (vooraan in het zwart), Chris Aldenhuijsen (zittend met mijter), Frans de Wijkerslooth de Weerdesteijn (staand met mijter), Paul Bouvy (met iets roods, achter het boek), Caspar Schweigman, (in het wit achter het boek), Frank van Iersel (houdt het boek vast), Jan ter Ellen (in militair pak met boordje, hij was toen in dienst). Het embleem met de zinspreuk is afgebeeld op de rug van Frans de Wijkerslooth.

Citaat uit het voorstel van restaurator Marjan de Visser:
“Tijdens onze bijeenkomst hebben we samen een strategie besproken om het schilderij voor de toekomst te behouden. Zeker is dat het schilderij op de prominente plaats in de eetzaal moet blijven hangen. Daarvoor dient wel een klimaatonderzoek te worden uitgevoerd om te weten wat er met de temperatuur en de luchtvochtigheid gebeurt als de eetzaal vol zit met etende en drinkende mensen. Want wisselende temperatuur en luchtvochtigheid hebben een grote invloed op het linnen (de drager van het schilderij) en hierdoor is in het verleden verf van het schilderij verloren gegaan. Daar ligt er een taak voor de restaurator om ervoor zorg te dragen dat de esthetische restauratie wordt uitgevoerd volgens de wensen van de stakeholder maar ook dat het schilderij wordt conserveerd met de nodige aandacht tot behoud voor de toekomst. Zeker zal er ook een taak liggen voor de leden van Virgilius in het bijhouden van de condities, de zogeheten vijfjaarlijkse conditie-check.
Om al deze wensen, taken en restauratie in goede samenwerking uit te voeren is tijdens ons gesprek de wens uitgesproken dat leden mogen meehelpen en meedenken aan dit restauratie en conservering project. Het meewerken aan en voor de vereniging is een bekend gegeven binnen Virgilius. Ik zou dan ook willen voorstellen dat bij alle te nemen stappen in het proces er een samenwerking zal zijn tussen leden en de restaurator. Zo kan bijvoorbeeld het reinigen van de vervuiling worden gedaan samen met enkele geïnteresseerde leden. Kunnen er enkele werkbezoeken worden ingepland waarbij een lezing van de uitgevoerde restauratiestappen worden toegelicht. En tot slot kan er een lezing worden gegeven wanneer het schilderij weer terug is in Delft. Daarom is het leuk en belangrijk dat het hele proces uitvoerig wordt gedocumenteerd.

Onderdeel van de restauratie zullen zijn:
* De constructie verbeteren: het raamwerk wordt gecontroleerd op houtworm, scheuren en barsten en deze zullen worden hersteld wanneer nodig. De aandacht bij het linnen gaat bij dit schilderij vooral uit naar de slechte opspanning en de deformaties en golvingen. De vele en diverse scheuren, al dan niet gerepareerd aan de achterzijde, moeten verder worden geïnventariseerd en naar de bevindingen worden hersteld.
* Het onderzoeken of het linnen nog sterk genoeg is om de verflaag te dragen. Gezien de klimatologische omstandigheden wordt overwogen om het schilderij te bedoeken. Daarbij wordt een tweede laaglinnen met een lijmlaag toegevoegd.
* Het reinigen: ieder vuil vraagt om een andere benadering. Vooraf is de zuurtegraad gemeten op verschillende lagen. 1) oude verflaag pH 6,5; 2) nieuwe verflaag pH 7,0; 3) vuile spetters pH 5,0; en 4) vuile druipsporen pH 5,0. Door tests uit te voeren is bepaald welke middelen toegepast kunnen worden.
* Het hechten van de verflagen: als eerste is een inventarisatie van het verfverlies en de opstaande verfschollen belangrijk. Dit wordt veroorzaakt door een slechte hechting van de grondering op het linnen als gevolg van verkeerde luchtvochtigheid (lees hoog en wisselend). Welke barsten zijn bewegende barsten en waar dreigt verfverlies.
* De lacunes (= weggevallen verfdelen) selectief aanvullen en retoucheren: de meest belangrijke lacunes dienen te worden aangevuld voordat er een kleur aan kan worden gegeven. Dit vulmiddel wordt een structuur gegeven zodat ze niet zal storen. Ook moeten de retouches die erop worden aangebracht de juiste kleur en glans hebben gelijk de verflaag.
* De lijst opknappen: storende butsen of verfverlies kunnen worden geretoucheerd wanneer de eigenaar dat wenst.
* Het beschermen van de achterzijde: een achterkantbescherming zal zeker de klimaatwisselingen kunnen bufferen. Ook trillingen veroorzaakt door luchtdruk verschil en vervuiling van stof zal hiermee worden verminderd.”

Lees meer op de website van restaurator Marjan de Visser